Trots op onze natuur!

Nederlanders  – zijn zeikerds! Bij ons rijden de treinen nooit op tijd, het is hier altijd pokkenweer, Nederland is gewoon te vol, jongeren zijn tegenwoordig nergens meer in geïnteresseerd, je kunt hier niet meer veilig over straat, politici zijn zakkenvullers, naar mij wordt nooit geluisterd!

En wat zeiken Nederlanders over hun natuur? Echte natuur bestaat niet in dit land, de natuur die we nog hebben is aangeplant, aangeharkt, gehooid, gemaaid, geplagd. Het wemelt van de verbodsbordjes, door Natura 2000 zit de Nederlandse economie helemaal op slot. Waarom moet Nederland qua natuurbescherming steeds het beste jongetje van de klas zijn? Wat stelt trouwens natuur in Nederland nog voor? Een stukje bos ter grootte van een krant, een heuvel met wat villaatjes ertegen (hier citeer ik J.C. Bloem). Nee, voor echte natuur moet je naar Polen gaan. Wellicht kunnen we beter dáár investeren in natuurbescherming, dan hier (hier citeer ik de toenmalige Minister van LNV Piet Bukman).

Opmerkelijk dat wij zo weinig trots zijn op onze natuur. Immers: natuur biedt welvaart, schept gezonde mensen en vormt de basis van de Nederlandse cultuur. In bijna geen enkel land ter wereld vind je op zo’n korte afstand van elkaar zoveel verschillende landschappen en natuurgebieden. De Deltanatuur, de laagveenmoerassen van de Wieden, de grutto, de noordse woelmuis en de zwarte stern. Ze zijn allemaal vrijwel uniek in Europa.

Trots op onze natuur 332x249 - blog juni 2015 - 100_2718En ja, veel natuur in Nederland is man-made, maar wat geeft het? Het levert immers vaak prachtige en bijzondere natuur op – zie het beek- en esdorpenlandschap van de Drentsche Aa. Die man-made natuur is bovendien volop verbonden met onze historie. Zoals bijvoorbeeld het aardgas nu al decennialang de Nederlandse economie stimuleert, zo heeft het turf uit de Drentse venen mede bijgedragen aan de financiering van onze Industriële Revolutie en aan die van onze infrastructuur van kanalen en spoorwegen. Zo bezien vormen onze veengebieden een deel van onze geschiedenis en een stukje van onze identiteit als Nederland.

Je zou verwachten dat een gemeente blij is met een bijzonder natuurgebied binnen de eigen grenzen en er alles aan doet om het degelijk te beschermen. In andere landen zijn zij trots op ‘hun’ hoogveen of woud. Men maakt er een handelsmerk van  en probeert er toeristen mee te lokken. Maar niet in Nederland. Hier spannen overheden procedures aan om te voorkomen dat ‘hun’ natuurgebied beschermd wordt met een Natura 2000-status. Zoals Provincie Overijssel en de gemeente Wierden samen optrokken tegen de aanwijzing van het Wierdense Veld en zoals recentelijk de gemeente Denekamp de aanwijzing van het gebied Bergvennen/Breckelenkampse Veld aanvocht. Natuurlijk gaat het die gemeenten om de angst dat de agrarische sector een strobreed in de weg zal worden gelegd. Maar men giet dit in argumenten als dat het hoogveen eigenlijk die naam niet verdient en in feite een vochtige heideveld is waarvan we er al genoeg hebben.

In andere landen pakt men dat positiever aan. In Slovenië bijvoorbeeld, toch bedekt met tientallen procenten van het land aan Natura 2000-gebieden, wordt dit juist aangegrepen voor een fors aangezette gebiedsbranding. “Komt allen naar Slovenië, waar de natuur van Europese topklasse is!” Een ander voorbeeld is het Abruzzo National Park, niet ver van Rome. Een traditioneel arme streek. Hier maakt men volop reclame met de laatste beren en wolven die hier nog voorkomen. Met als gevolg een groeiende economie, gevoed door mensen die zo’n bijzonder gebied wel eens met eigen ogen willen zien.

Dat natuurbescherming ook in Nederland welbegrepen eigenbelang kan zijn mag blijken uit een studie van de econoom Tom Bade van het kenniscentrum Triple E. Hij berekende welk deel van de omzet van de bedrijven binnen een straal van 500 meter van een aantal Drentse natuurgebieden is terug te voeren op het natuurgebied zelf. Dat bleek voor het Drents-Friese Wold op te tellen tot  bijna 35 miljoen euro per jaar ofwel 7.538 euro per hectare. Dat is veel meer dan de jaarlijkse opbrengst van een hectare landbouwgrond in diezelfde omgeving. Je kan dus maar beter investeren in natuur dan in landbouwgrond, is de conclusie van Bade.

Gelukkig gebeurt dat ook weer. Na de stilstand onder de vorige staatssecretaris Bleeker wordt er weer volop in de natuur geïnvesteerd. Neem bijvoorbeeld het Bargerveen waar het hoogveenherstel in de komende jaren een flinke impuls krijgt. Kosten: ruim 35 miljoen euro. Zonde van het geld? Ik denk het niet. Dit toch niet erg rijke deel van Zuidoost Drenthe, heeft sinds de opkomst van de glastuinbouw, niet meer zo’n financiële impuls gehad. De ervaring elders in Drenthe leert bovendien dat dergelijk overheidsgeld ook particuliere investeringen aantrekt en dat het toerisme aantrekt. De eerste tekenen daarvan zijn in de dorpen rond het Bargerveen al zichtbaar. De natuur als economisch paradepaardje. We mogen wel wat trotser zijn op onze Natura 2000-gebieden!

Deze blog is een sterk ingekorte versie van een door mij op 26 april uitgesproken column bij de presentatie van het boek ‘Natuur van topklasse! Drentse Natura 2000-gebieden in beeld’. Dit prachtig geïllustreerde boek werd geschreven door Hans Dekker en overhandigd aan de aftredende natuur-gedeputeerde van Drenthe, Rein Munniksma.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized, Trots op onze natuur! met de tags , , , . Bookmark de permalink.