Te PAS en te on-PAS

Eerlijk gezegd weet ik niet zo goed wat ik van de PAS moet denken. Dank zij de PAS wordt veel geld gestoken in versterking van de natuur. Maar de PAS is ook een juridisch wankel bouwwerk dat de vermeden stikstofemissies weer grotendeels te niet doet. De natuur zal nog decennia lang gebukt gaan onder een zeer schadelijke deken van stikstof.

Laat ik eerst even uitleggen wat de PAS is. PAS staat voor Programmatische Aanpak Stikstof. Dat is het programma waarmee de diverse overheden de stikstofproblematiek in de natuur willen aanpakken en de stagnerende vergunningverlening voor de veehouderij en de industrie weer op gang helpen. Eind december hebben Rijk en Provincies hierover een akkoord bereikt; tot 20 februari lagen zowel het ontwerpprogramma als de onderliggende gebiedsanalyses en de plan-MER ter inzage.

PAS febr 2015 - Ven  Buurserzand smallIn veel natuurgebieden is de stikstofovermaat een groot probleem. Hoewel de uitstoot tegenwoordig aanzienlijk lager is, is ook de huidige concentratie in de lucht nog vaak te hoog voor stikstofgevoelige natuurtypen. De oorzaken zijn divers: veehouderijen, ons autopark, industrie, verwarmingsketels groot en klein, in Nederland en daarbuiten. De Europese lidstaten bestrijden de stikstof op diverse fronten: emissie-eisen, emissieplafonds, maar ook in internationale afspraken. Zo mag in Europa alleen een vergunning worden afgegeven als zeker is dat het desbetreffende plan of project geen schade veroorzaakt aan een van de Natura 2000 natuurgebieden. Vooral voor veehouderijbedrijven is dat lastig aan te tonen. Reden waarom de vergunningverlening daar al jaren stokt. Bedrijven zitten ‘op slot’, zoals ze dat zelf noemen.

De PAS moet hierin uitkomst bieden. De PAS kent drie pijlers. Allereerst worden stikstofbeperkende maatregelen voorgeschreven: luchtwassers, beter voer, zorgvuldiger mestaanwending in de veehouderij, de best beschikbare technieken in de industrie, schone energie en schonere auto’s. De tweede pijler is een forse investering in natuurherstel. In de komende zes jaar komt een kleine 600 miljoen euro beschikbaar om in natuurgebieden stikstof te verwijderen (plaggen, maaien, begrazen) en de waterhuishouding te verbeteren. De derde pijler is dat de vergunningverlening wordt versoepeld en vereenvoudigd. Bedrijven mogen een deel van de gezamenlijke stikstofreductie gebruiken om hun bedrijven uit te breiden en meer stikstof uit te stoten. Juridisch kan dat, omdat de natuur er dankzij de tweede pijler niet op achteruitgaat.

Het is natuurlijk prachtig dat er weer grootschalig in natuurverbetering wordt geïnvesteerd. Althans in de 117 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, de overige natuurgebieden profiteren er niet van. Het is bovendien begrijpelijk dat er iets aan de vergunningverlening wordt gedaan. Om redenen van bedrijfsontwikkeling, maar ook omdat de bewijsvoering in de stikstofdossiers bijna onzinnige vormen had aangenomen. Meer flexibiliteit en eenvoudiger procedures zijn in beginsel goed. Ook als adviesbureau zijn wij hier volop mee bezig. Maar het nieuwe beleid doet ook pijn. Van de afgesproken 10 miljoen mol emissiereductie mag de landbouw er zo meteen weer 5,6 miljoen gebruiken om uit te breiden. De totale emissiereductie tot 2030 is daardoor slechts een schamele 10 procent, terwijl voor een gezonde natuur eerder 70% of meer nodig is.

Hoeveel vergunningen kunnen worden afgegeven wordt niet bepaald door de kwetsbaarheid van de natuur, maar door de potentie van een gebied om stikstof te reduceren. Dus in  gebieden met de meeste veehouderij (en de meeste stikstof) zullen ook de meeste vergunningen worden uitgegeven, domweg omdat daar door de veehouderij in theorie meer luchtwassers kunnen worden ingezet dan in veearme gebieden. Zelfs in  het zeer kwetsbare en sterk overbelaste hoogveengebied Deurnsche Peel en Mariapeel zal er in de komende zes jaar voor gemiddeld 48 mol per hectare aan nieuwe vergunningen worden uitgegeven. Dat betekent weer voor enkele tientallen bedrijven in de directe omgeving dat zij mogen uitbreiden, terwijl de effectdrempel voor de gevolgen van stikstof in hoogveen nu al met meer dan 1.000 mol wordt overschreden. Mede daardoor daalt de stikstofbelasting in deze Peelvenen tot 2020 met slechts 67 mol. Op die manier duurt het nog eeuwen voordat het hoogveen ‘veilig’ is.

Toch is de vergunningruimte waarschijnlijk nog te beperkt voor de vraag. Nederland zit dan alsnog ‘op slot’. En wie trekt dan aan het kortste eind: de veehouderij, de industrie, Rijkswaterstaat of de havenbedrijven? Of de natuur? Zeker is dat tegen de PAS zal worden geprocedeerd. Werkgroep Behoud de Peel heeft al aangekondigd naar de rechter te gaan omdat zij (in haar geval) 5% milieuwinst onvoldoende vindt. De PAS lijkt behoorlijk vatbaar om juridisch onderuit te gaan. Het zal bijvoorbeeld voor een Provincie lastig zijn om aan de rechter duidelijk te maken dat de stikstofmaatregelen inderdaad op voorhand al tot minder stikstof leiden. Of dat een bijzonder habitat er ondanks een aantal nieuwe vergunningen niet op achteruit gaat. De kans dat de PAS bij de rechter sneuvelt is dus aanzienlijk.

De PAS is na lange discussies hét compromis geworden om veel problemen op te lossen. Maar ik vrees dat er heel veel nieuwe problemen voor in de plaats komen.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

2 Reacties op Te PAS en te on-PAS

  1. Top blog. Ik heb er ook 1 geschreven hierover:
    https://natuurgek.wordpress.com/

  2. Rob Janmaat schreef:

    Een mooie blog Dolf.
    Het wordt inderdaad interessant wat er gaat gebeuren en of de PAS juridisch stand houdt. De Raad van State schijnt al min of meer akkoord te zijn met deze benadering. Complicerende factor is dat bij voorbaat niet duidelijk is dat de tweede pijler gaat werken. Leveren alle maatregelen in de natuurgebieden ook inderdaad natuurherstel op.
    In een gebied hier om de hoek, de Bennekomse Meent, worden allerlei maatregelen in het gebied getroffen waarvan de nodige deskundigen al bij voorbaat zeggen: dat gaat niet werken. Daarmee wordt ook de derde pijler onderuit gehaald. Het is de vraag wat de Raad van State daarmee doet.
    Het is uiteindelijk een krampachtig vasthouden aan verdere groei van de intensieve veehouderij. Ondanks dat het eigenlijk niet kan als je ook de achteruitgang van natuur wilt stoppen, moet het toch. Een goed vertrekpunt voor juridische misbaksels.
    Als je daarbij bedenkt hoeveel tijd er al is gewerkt aan de PAS en aan Aerius, dan is dat wel erg veel moeite om te doen voorkomen dat we de veehouders willen helpen.
    ‘Gelukkig’ kunnen straks politiek en overheid hun straatje schoon vegen: de bezwaarmakers hebben het straks gedaan. Terwijl die laatsten toch eigenlijk alleen maar wetshandhavers zijn. Of zie ik dat verkeerd?

Reacties zijn gesloten.