Groene diensten: wat we kunnen leren van onze zuiderburen?

Natuur en landschap kosten niet alleen geld, maar kunnen ook geld opleveren of besparen. Vreemd genoeg blijven die opbrengsten en besparingen bij de discussie over natuurbeleid meestal buiten beeld. De Vlaamse overheid gaat daar heel anders mee om. Op dit punt kunnen wij veel leren van onze zuiderburen.

Zeer recent kreeg ik een persbericht onder ogen met de titel: “MKBA pakt positief uit voor Wierdense Veld”. MKBA staat voor ‘maatschappelijke kosten/batenanalyse’ en het Wierdense Veld is een nat heidegebied in Overijssel. Het saldo van alle maatregelen om dit gebied te verbeteren blijkt 2,8 miljoen euro positief te zijn.

Waar het in feite om gaat is dat natuur niet alleen geld kost. Natuur en landschap leveren de maatschappij ook besparingen en opbrengsten. In de wandeling heten dat ‘ecosysteemdiensten’ of ‘groene diensten’.  Dat kunnen concrete producten zijn, zoals hout, schoon drinkwater en vis of meer regulerende functies als waterzuivering, CO2-opslag, afbraak van toxische stoffen en afvang van fijnstof. Ten slotte heb je nog de moeilijk in getallen te vatten culturele diensten als recreatie en beleving, gezondheidswaarde, motorische ontwikkeling van kinderen en kunstzinnige inspiratie. Buiten Nederland bestaat daar veel meer aandacht voor dan hier. Hier betrekken we de baten van natuur en landschap nog niet vanzelfsprekend in onze beleidskeuzes.

De Vlaamse overheden zijn op dit punt veel actiever. Ze zetten studies uit en stimuleren om de waarde van natuur en landschap in de besluitvorming evenwichtig te vergelijken met de kosten. Zo ontwikkelde het Departement van Landbouw, Natuur en Energie een aantal rekentools waarmee de kosten en baten grofweg in beeld zijn te brengen. Richard Peters, een Nederlandse collega die in België werkt, ontwikkelde de methode verder en paste het met een team van ecologen en milieueconomen toe op een aantal verschillende opdrachten. Zo berekenden zij voor het (Vlaamse) Agentschap Natuur en Bos de baten van de geplande ecologische verbindingszones in de Provincie Antwerpen en voor dezelfde organisatie ook de baten van de omvorming van een voormalige vliegbasis tot natuurgebied. Collega en milieueconoom Stijn Lambert paste dit concept ook toe om de baten vast te stellen van de vegetatie van rivier- en kanaaloevers en wegbermen in België. Voor de Europese Commissie stelden onze zuidelijke collega’s de baten van een aantal Natura 2000-gebieden vast evenals de effecten van klimaatsverandering op de levering van ecosysteemdiensten in de Karpaten, in Oost-Europa. Kortom: de methodiek is bruikbaar voor vraagstukken van totaal verschillende aard.

Onze zuiderburen produceren in eerste instantie vooral GIS-kaarten. Bijvoorbeeld van de vastlegging van koolstof in de vegetatie, het verschil tussen neerslag en verdamping of de geschiktheid van een terrein voor hommels en bijen als bestuivers van fruitboomgaarden. Daarmee berekenen zij in een regio de hoeveelheid CO2-opslag, het aantal m³ waterberging en andere relevante factoren. “Dat is beslist geen ‘rocket science’ zegt Richard Peters. “Wij gaan uit van eenvoudige modellen en grove aannames en bovendien van algemeen beschikbare geografische informatie”. Het direct omzetten naar geldbedragen doet Richard bewust niet: “Dan suggereer je dingen die je niet kunt waarmaken. Je gaat voorbij aan factoren die niet of nauwelijks in geld zijn uit te drukken, zoals biodiversiteit of natuurgenot. De berekeningen van de waarde van de groene diensten bewijzen hun nut vooral als een krachtig communicatiemiddel. Je kunt er mee laten zien welke positieve bijdrage de aanleg van een natuurgebied, een recreatieve stadsrandzone of een klimaatbuffer voor de samenleving heeft. Dat zet de discussie vaak in een heel ander daglicht”.

Dat dergelijke berekeningen niet alleen interessant zijn voor overheden die hun uitgaven voor natuur en landschap maatschappelijk willen legitimeren, blijkt opnieuw in Vlaanderen. Het drinkwaterbedrijf dat grenst aan de eerder genoemde vliegbasis ziet nu ook de voordelen van het in beeld brengen van de ecosysteemdiensten. De bijdrage van het bedrijf aan het natuurbeheer in de drinkwaterbeschermingszone krijgt door de kaarten en rekensommen van Richard en zijn team een maatschappelijke en getalsmatige onderbouwing. Mooie PR en een heldere onderbouwing voor de ‘license to produce’ van het waterwinningsbedrijf.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized met de tags , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

2 Reacties op Groene diensten: wat we kunnen leren van onze zuiderburen?

  1. Janine schreef:

    Ik heb voor mijn stage onderzoek gedaan naar het concept ecosysteemdiensten en met name hoe dit in de praktijk wordt gebracht. Voor praktische voorbeelden moest ik inderdaad uitwijken naar het buitenland. In Vlaanderen wordt ermee gewerkt, en ook ik Engeland zijn een paar voorbeelden te vinden.
    In Nederland zou het ook een goed communicatiemiddel kunnen zijn om duidelijk te maken dat natuurbescherming niet alleen maar lastig is en bedrijven in de weg zit, maar ook voordelen biedt. Hopelijk komt dit in de toekomst meer naar voren. Bovendien, als ik je commentaar op de Rijksnatuurvisie lees, krijgt dit besef langzaamaan al meer aandacht, wat goed nieuws is.

  2. Rob schreef:

    Instemmende groet uit Amsterdam-ZuidOost,
    Rob

Reacties zijn gesloten.