Cradle to cradle en No nett loss

Wat hebben meubelplaten en biodiversiteit met elkaar te maken? Veel, bleek toen wij een fabriek van meubelplaten begeleidden die cradle to cradle wil gaan werken en daarbij ook aandacht wilde voor biodiversiteit. Daarbij stelden wij het begrip ‘no nett loss’ centraal. Lees er meer over in mijn nieuwe blog op www.dolfsnatuurblog.nl.

Met enige regelmaat organiseert ARCADIS bijeenkomsten van zogeheten S-teams. De ‘S’ staat hier voor Sustainability, duurzaamheid dus. Daarbij brainstormen specialisten uit ons bedrijf met verschillende achtergronden over het verbeteren van het duurzame karakter van onze dienstverlening. Dergelijke S-team-sessies organiseren wij ook voor onze opdrachtgevers. Zo nam ik enige tijd geleden als natuurspecialist deel aan zo’n brainstorm voor de initiatiefnemers van een fabriek in meubelplaten: ABC-Boards in Wijster (Drenthe).

Gras als grondstof blog oktober 2013 - 467x278ABC heeft het voornemen meubelplaten te produceren die niet van houtresten, maar van vezelgewassen zijn gemaakt. De initiatiefnemers hebben hoge ambities: alles moet ‘cradle to cradle’. Niet alleen het gebouw, maar ook de platen zelf.  Met aandacht voor biodiversiteit. Ze vroegen ons om mee te denken. Dus gingen wij op ‘ontdekkingsreis’ in zo’n S-team-sessie, samen met de klant en – in dit geval – ook enkele specialisten van buiten.

Er volgde een boeiende discussie over de verduurzaming van deze plaatfabriek met vogels van verschillende pluimage: energiedeskundigen, werktuigbouwkundigen, milieukundigen, landschapsarchitecten, kenners van duurzame gebouwen en van het cradle-to-cradle proces zelf. Ikzelf schoof als  ecoloog in het gezelschap aan. In de brainstorm passeerde van alles de revue: duurzaam bouwen, energiebesparing, benutting van afvalstromen, waterverbruik, de landschappelijke inpassing, de grondstoffenkeuze en zelfs de keuze van de lijmsoort in het board. Zonder de nuttige ideeën van anderen te kort te willen doen, beperk ik mij hier hierna tot de aspecten die met natuur en biodiversiteit te maken hebben.

Het natuurlijke equivalent van cradle-to-cradle op het gebied van biodiversiteit is het uitgangspunt ‘no nett loss’. Dit betekent dat als een bedrijf zich ergens vestigt het in elk geval moet zorgen dat het verlies aan natuur volledig wordt gecompenseerd. Je zou er zelfs een ‘plus’ op kunnen zetten, zodat de vestiging per saldo méér natuur oplevert dan deze vernietigt. Er zijn drie aangrijpingspunten om dit begrip in te vullen: het bedrijfsgebouw, de terreininrichting en de bedrijfsomgeving. Daarnaast zou je dit principe ook moeten toepassen op de totale productieketen. De effecten van alle fasen uit deze keten, van de winning van grond- en de hulpstoffen via het productieproces in de fabriek tot en met de gebruiksfase en de verwijdering van afvalstoffen, moeten voor de natuur ten minste neutraal en bij voorkeur zelfs positief zijn.

In deze brainstorm zijn wij deze aspecten langsgelopen. De beste manier om bij de bouw van het bedrijf ‘no nett loss’ te realiseren is door aan te sluiten bij een gecertificeerd toetsingssysteem voor duurzame bouwprojecten,  bijvoorbeeld BREEAM. BREEAM dwingt je de natuur systematisch in het bouwproces in te passen, bijvoorbeeld door rekening te houden met de locatiekeuze, het ontwerp en de realisatie. Punten kun je verdienen met bijvoorbeeld een vegetatiedak van vetplanten, inbouwkasten voor nestelende vogels en groene gevelelementen, maar ook door het gebouw daar neer te zetten waar dit de minste natuur aantast. Ook bij de terreininrichting kan op vele manieren rekening worden gehouden met toekomstige natuurwaarden, zoals bes-dragende struiken voor meer vogels of een kikkerpoel op het terrein. Nog meer natuurwinst ontstaat op het moment dat het bedrijf investeert in een nabijgelegen natuurgebied of dat gebied zelfs adopteert. Uiteindelijk geldt: hoe meer natuurmaatregelen je neemt, hoe hoger je BREEAM-score wordt.

De volgende stap is de grondstofketen. ABC denkt voor zijn grondstoffen aan bermgras en aan gras uit natuurgebieden. Natte gewassen zijn voor het bedrijf geen bezwaar. De meubelplaten die hiervan worden gemaakt zien er vrijwel hetzelfde uit als de gangbare platen van houtresten en hebben minstens dezelfde kwaliteit. De platen kunnen in elke hardheid worden geperst, van gruis tot formica-kwaliteit. Daardoor zijn er allerhande toepassingen denkbaar. Natuurlijk speelt de transportafstand van de grondstoffen een rol in de productiekosten. Maar in Drenthe zijn voldoende natuurgebieden die natuurgras kunnen leveren. Dat biedt volgens mij perspectief voor zowel de plaatfabriek als voor de terreinbeherende natuurorganisaties. Door natuurgras of bermgras als grondstof te gebruiken wordt ook stikstof uit het terrein afgevoerd en wordt uitstoot van de broeikasgassen methaan en CO2 door rotting voorkomen.

Het is wel zaak om de oogst en de vermarkting van biomassa uit natuurterreinen te verbeteren. Op dit moment is de logistiek nog nauwelijks georganiseerd, bovendien is de oogst voor natuurbeheerders meestal bijzaak. De kwaliteit laat daardoor veel te wensen over, het wordt in te kleine hoeveelheden aangeboden en dan ook nog eens op het verkeerde moment. ARCADIS denkt er over om de ‘aanbodzijde’ te helpen organiseren. Daardoor verbeteren we de positie van de aanbieders en anticiperen we op de vraag, die zeker gaat toenemen.

Zo blijken meubelplaten via ‘no nett loss’ alles met biodiversiteit te maken te hebben. Het klinkt aantrekkelijk: meubelplaten met respect voor de biodiversiteit en gemaakt van grondstoffen uit Nederlandse natuurgebieden. Daarvoor moet in de bouwwereld toch een flinke nichemarkt bestaan?

Dit bericht is geplaatst in Cradle to cradle en No nett loss, Uncategorized met de tags , , , , . Bookmark de permalink.